Alescon uitspraak: schijnconstructie in de sociale werkvoorziening (sw)

De sociale werkvoorziening is opgeschrikt door de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 19 december 2017 in een kwestie die aanhangig is gemaakt door de vakcentrale FNV tegen het SW-bedrijf Alescon (ECLI:NL:RBNNE:2017:4888) .

Wat speelde er?

Achtergrond Alescon zaak

Met de invoering van de Participatiewet per 1 januari 2015 is de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) ‘bevroren’. Degenen die werkzaam waren op basis van een indicatie voor de sociale werkvoorziening behouden hun status, nieuwe werknemers kunnen niet meer op basis van de Wsw een arbeidsovereenkomst krijgen. De Participatiewet neemt de rol van de Wsw over en is geschreven voor iedereen die een achterstand heeft tot de arbeidsmarkt. Zowel voor degenen die een beroep doen op een bijstandsuitkering, maar ook voor degenen die uitsluitend werkzaam kunnen zijn in een ‘beschutte’ werkomgeving. Met de invoering van de Participatiewet is ook besloten om de subsidie die SW-bedrijven ontvangen voor iedere SW-medewerker stapsgewijs af te bouwen. Dit betekent dat SW-bedrijven steeds meer moeite zullen krijgen om de CAO SW met de afnemende subsidie te kunnen bekostigen.

Veel SW-bedrijven hebben op dit vooruitzicht geanticipeerd door in de aanloop naar 1 januari 2015 geen vaste arbeidscontracten meer aan te bieden aan werknemers met een SW-indicatie.

De tijdelijke arbeidsovereenkomsten met deze werknemers zijn van rechtswege afgelopen. De medewerkers konden naar huis om zich vervolgens na 1 januari 2015, via het traject dat de Participatiewet biedt, weer aan te melden en te proberen opnieuw een dienstverband te krijgen.

Enkele SW-bedrijven, waaronder ook Alescon, heeft gekozen voor een andere constructie. In plaats van een dienstverband met het SW-bedrijf (dit is juridisch een arbeidsovereenkomst met de gemeente of met de gemeenschappelijke regeling die het SW-bedrijf heeft opgericht) is een nieuw bedrijf opgericht, een stichting of een BV, waarmee de SW-werknemers een arbeidsovereenkomst kregen. Met dit nieuwe dienstverband ging men ervan uit dat de CAO SW niet van toepassing was. Vanuit deze nieuwe organisatie werd de werknemer dan vervolgens weer gedetacheerd bij het SW-bedrijf, of eventueel bij een particuliere werkgever.

Het voordeel voor de werknemers was dat ze na afloop van het tijdelijke dienstverband niet naar huis gestuurd werden, maar naadloos overgingen in een situatie die vergelijkbaar was met een arbeidsovereenkomst onder de vlag van de Participatiewet.

Wat vindt de kantonrechter van de Alescon kwestie?

Het vonnis van de kantonrechter geeft in de kern het volgende weer:

  • op grond van de Wet sociale werkvoorziening wordt door de gemeente (of een gemeenschappelijke regeling) een dienstverband aangegaan met een inwoner die geïndiceerd is voor de sociale werkvoorziening. De wet biedt geen mogelijkheid om een arbeidsovereenkomst aan te gaan met een privaatrechtelijke rechtspersoon;
  • op het SW-dienstverband is verplicht de CAO SW van toepassing, zo blijkt uit de CAO SW in combinatie met de Wsw;
  • de Wsw biedt de mogelijkheid om in het kader van begeleid werken een arbeidsovereenkomst aan te gaan met een reguliere werkgever. In dat geval is de CAO SW niet van toepassing;
  • het aanbieden van een arbeidsovereenkomst in het kader van begeleid werken met een (uitzend)organisatie zonder eigen bedrijfsactiviteiten is niet in overeenstemming met het begrip ‘werkgever’ zoals bedoeld in artikel 7 van de Wsw.

Wat nu?

Hoewel de intentie van de SW-bedrijven destijds goed was, de SW-werknemers werden immers niet naar huis gestuurd, is de constructie waarvoor is gekozen volgens deze kantonrechter in strijd met de wet. En ondanks het feit dat zowel de vakbonden als de ondernemingsraden hun goedkeuring hebben gegeven aan deze constructie, worden SW-bedrijven nu geconfronteerd met een financiële claim en moeten SW-bedrijven alsnog uitvoering geven aan de dure CAO SW.

Alescon heeft hoger beroep aangetekend tegen de uitspraak van de kantonrechter. Het is nu wachten op de uitspraak van het Gerechtshof. De verwachting is dat het Gerechtshof de uitspraak van de kantonrechter zal volgen.

Vijverberg Juristen is deskundig op het gebied van de regelgeving op het gebied van de sociale werkvoorziening en de Participatiewet.

 

Heeft u vragen over de uitwerking van deze uitspraak voor uw organisatie, neem dan contact op met Vijverberg Juristen.